Stefanie Hofmeester: De Ziel is het meest innerlijke deel van de mens. Het meest zuivere deel van het menszijn. Het is dat deel dat vreugdevol is wanneer je leeft in lijn met het zielsverlangen. In het normale leven kennen we dit bijvoorbeeld als een gevoel van flow. Op dat moment ben je bezig met iets waar je helemaal in opgaat. Misschien ken je het van kijken naar of maken van kunst. Luisteren naar prachtige muziek. Opgaan in de natuur…

Niet veel mensen kennen dit gevoel en áls je het kent zijn de momenten vaak van korte duur. Waarom? Onze Ziel heeft een jas aan van DNA, persoonlijkheid, goede en slechte ervaringen en omstandigheden.
Al deze factoren vormen elkaar in wisselwerking. Bijvoorbeeld: je DNA zorgt voor bepaalde ervaringen zoals aangeboren talenten, ziekten e.d. Diepe ervaringen zoals (ontwikkelings)trauma hebben weerslag op je DNA. Je culturele achtergrond, familie van herkomst, je talenten, je overtuigen vormen je uiterlijke omstandigheden. De gehele tijd in wisselwerking met elkaar vormen ze een soort sturend mechanisme van jouw leven waarvan alleen het topje van de ijsberg doordringt in ons bewuste.

Dit topje bekijken we in de spiegel; het is een soort ‘idee fix’ van wie jij denkt te zijn. We zien in die spiegel iemand met een veelvoud van positieve en negatieve labels. Zo’n (on)bewust label/zelfbeeld nader bekeken: Natuurlijk kennen we allemaal de neiging om onszelf sterk te associëren met een bepaalde groep mensen waar we graag bij horen en onszelf liever distantiëren van een andere groep. Dit kan zijn vanwege sociale status, geloof of levensstijl. Realiseer je dat het bij een bepaalde groep willen horen vaak voortkomt uit je opvoeding: het vereenzelvigen met een bepaalde groep (en de bijbehorende status, woonomgeving en overtuigingen) nemen we vaak zonder bewustzijn over van thuis. Óf, wanneer we zoveel last hebben ervaren van die situatie vroeger, kiezen we 180 graden de andere kant. Helaas is zo’n type ‘rebelse keuze’ voor onze ziel net zo onvrij als de overtuiging of groep waarvan we onszelf wilde afsplitsen. In beide gevallen ben je gebonden aan een overleefmodus.

Zo vormen we in ons leven dus steeds meer een dikke, grote jas, een idee over onszelf. Dat idee is het topje van de ijsberg dat we IK noemen. Het is echter een ik waar onze ziel niets over te zeggen heeft. Je zou kunnen stellen dat het ik dat we voor waar aannemen, niet veel meer is dan een masker. We ervaren alleen nog het ‘concept’ van onszelf dat bezig is met het najagen van fijne en het vermijden van minder fijne prikkels. Dat concept is een optelsom van wat we, veelal onbewust, van huis uit hebben meegekregen. Een jas, een idee, heeft dan zeggenschap over ons leven. ‘Flow’, stilte en harmonie zijn kwaliteiten van de ziel maar deze jas is alleen maar opzoek naar overlevingskansen: wat moet hij doen om boze krachten uit de wereld af te weren zodat hij onderdeel uit kan blijven maken van de groep waar hij bij wil (blijven) horen.

Dus wanneer gevaar dreigt, wanneer de beer voor onze neus staat, dan schiet onze jas volautomatisch in de zelfbehoud modus. Afhankelijk van de overtuigingen en (onbewuste) angsten die je in leven hebt ervaren maar genegeerd schiet jouw systeem in paniek. Het lijkt alsof je hele wezen wil vechten, vluchten of in een moeras van angst wegzakt. Je merkt het aan de maalstroom van gedachten. De uitputting, het lege gevoel. Aan de kortademigheid. Aan het lichaam dat allerlei kramp vertoont.

De ziel is echter volkómen rustig, stil en in harmonie onder al deze hoge golven van strijd. Het meest innerlijke deel van de mens is verbonden met een veld van intens leven waarover de oude Boeddhisten, Yogi’s en Zenmeesters al onderwezen. We noemen dit een ‘andere of hogere bewustzijnsstaat’. Deze staat is voor iedereen voor handen, het is je geboorterecht als mens en volkomen vanzelfsprekend. Wanneer je als mens contact maakt met je ziel val je samen met jezelf. In de ziel ligt de code van je eigen bestaan te wachten totdat je hem komt halen.  Het is de code van zingeving, innerlijke wijsheid en liefde zonder voorbehoud. Wanneer je samenvalt met je ziel, val je samen met de bedoeling van het leven en jouw unieke rol daarin.

De shift naar deze bewustzijnsstaat is echter wel een proces waar we als mens hulp bij nodig hebben. Deze shift is het gemakkelijkst te vergelijken met een kleuter die doodsbang is voor de krokodil onder zijn bed. Hij heeft zijn vader of moeder nodig om hem rustig naar een plek in zijn bewustzijn te loodsen waarin hij beseft dat zijn kamer veilig is. Zonder hulp komt hij níet uit de staat van angst en paniek. Zo is het ook met het leren kennen van de Ziel. We hebben iemand nodig die ons in contact brengt met deze plek. Onze ‘meest eigen plek van rust en harmonie’ is ons vreemd omdat onze blik gericht is op de krokodil. Onze paniek en angst weten niet dat zij voortkomen uit een soort illusie. Paniek en angst doen zich voor als werkelijk. Ze zíjn ook werkelijk zolang je de krokodil onder je bed weet. Zolang de krokodil er is, kun je niet stil worden. Je gaat de krokodil immers te lijf met alles dat je in je hebt óf je verstopt je in de kast.

Overigens hebben we natuurlijk ook eenhoorns onder ons bed die ons beloften doen van sensatie en genot. We doen er dan álles aan om deze eenhoorn te beschermen tegen de krokodil. Denk maar eens aan je sociale status, je inkomen of iets anders waar je veel plezier of genot van hebt.

Het mooie is; voor ons mensen moet de krokodil een immens monster worden voordat we behoefte krijgen aan een wezenlijke oplossing. Liever blijven we vechten of vluchten totdat we er bij neervallen. Pas als we écht geen kant meer op kunnen in bestrijden en vermijden zijn we misschien in staat de reis van buiten naar binnen aan te gaan. Dán kunnen we op zoek naar wat er altijd al was; die bewustzijnsdimensie die de hemel op aarde is. Iedereen kan dat. Of je het wilt ontdekken? Dat is natuurlijk helemaal vrije wil.

Monsters zijn soms slechts handige wezens bij het roepen van de ziel. 💛